Er was eens op een zonnige ochtend een klein kleermakertje dat bij het raam zat te naaien met een glimlach. Een vrouw liep voorbij en riep: Heerlijke jam te koop! De kleermaker kocht een potje, smeerde wat op brood en legde het naast zijn werk. Bromvliegen kwamen meteen aan. Weg ermee!, lachte hij, en joeg ze zachtjes weg. Hij telde: Zeven in één klap, en maakte een nette riem met de tekst Zeven in één klap. Voelend als een held en nieuwsgierig, pakte hij een stuk kaas voor een snack, stopte een vogeltje dat hij in een struik vond in zijn zak om later los te laten, en begon zijn weg. Al snel kwam hij een reus tegen op een heuvel. Goedendag, vriend, zei het kleermakertje. De reus wilde hem testen.
De reus kneep een steen fijn en er kwam een druppel water uit. Dat kan ik ook, zei het kleermakertje, en kneep zijn kaas totdat er wei uit druppelde. Toen gooide de reus een steen hoog in de lucht. Ik kan er een gooien die niet terugkomt, zei het kleermakertje, en liet de vogel vrij. Die vloog vrolijk weg. De reus knipperde met zijn ogen. Je bent snel en sluw, zei hij. Ze liepen samen verder en kwamen bij een omgevallen boom. Laten we hem dragen, zei de reus. Jij neemt de zware stam, ik houd de takken vast, zei het kleermakertje. Hij ging op de takken zitten terwijl de reus de stam optilde en langzaam verder liep. Je bent sterk, zei het kleermakertje vriendelijk, terwijl hij opsprong toen de reus rustte.
Later kwamen ze bij een kersenboom. De reus trok een tak naar beneden en vroeg het kleermakertje deze vast te houden. De tak schoot omhoog en tilde het kleermakertje even op. Ik sprong om veilig te zijn! zei hij vrolijk. De reus lachte. Je bent dapper op jouw manier, zei hij. Die avond nodigde de reus het kleermakertje uit in zijn grot, waar andere reuzen aan het dineren waren. Het kleermakertje vond een rustig hoekje en viel in slaap. 's Nachts maakte een harde dreun het bed aan het trillen, maar het kleermakertje lag veilig op de grond, en 's ochtends zagen de reuzen hem glimlachend en dachten: Hij moet wel heel zeker van zichzelf zijn. Ze namen afscheid en lieten hem zijn weg vervolgen.
Het kleermakertje liep naar een grote stad en rustte uit bij de poort van het paleis. De mensen lazen zijn riem en fluisterden, Zeven in één klap. De koning dacht, Hij is moedig en kalm. Hij vroeg het kleermakertje om het koninkrijk te helpen met drie moeilijke taken. Eerst, in het diepe bos, rende een eenhoorn steeds rond en botste tegen de bomen. Het kleermakertje nam een zachte touw en wachtte naast een stevige stam. Toen de eenhoorn rende, stapte het kleermakertje opzij. De hoorn gleed in de schors en zat vast. Nu is het makkelijk, zei het kleermakertje. Voorzichtig maakte hij een lus met het touw, bevrijdde de hoorn, aaide de eenhoorn en bracht hem naar een rustige weide. Vooruit, vriend!, zei hij, en de eenhoorn draafde vredig weg.
Ten tweede, een wild zwijn bleef in de tuinen wroeten en wortels omhoog duwen. Het kleermakertje stond naast een kleine kapel met twee open deuren. Hallo, zwijn, zei hij vriendelijk. Het zwijn volgde hem naar binnen. Het kleermakertje ging door de andere deur naar buiten en sloot de eerste. Het dier snuffelde in een rustig hoekje tot de boswachters hem terug naar het bos leidden. Ten derde, twee knorrige reuzen braken takken en schreeuwden. Het kleermakertje klom in een boom en liet kleine steentjes vallen, de ene na de andere, zodat elke reus dacht dat de ander hem had geraakt. Al snel klaagden ze, lachten om de verwarring, gaven elkaar een hand en gingen elk hun eigen weg. Elke taak eindigde voorzichtig en zonder schade.
De koning glimlachte. Je hebt geholpen met rustige handen en een slimme geest, zei hij. De mensen juichten. Het kleermakertje kreeg een netjes huisje, een tuin en een glimmende werkplaats. Hij naaide warme kleren voor de armen, bakte jam-brood voor de kinderen en vertelde verhalen over eerst nadenken, vriendelijk zijn en slimme ideeën gebruiken. Zijn riem zei nog steeds Zeven in één klap, en iedereen wist dat het zeven vliegen en een vrolijk hart betekende. De dappere kleermaker leefde gelukkig, vriendelijk en wijs, en het hele dorp voelde zich veilig en tevreden.






